Van zaad tot brood, de alternatieve landbouw

Welk alternatief is er voor de industriële landbouw in een wereldmarkt? De biologische landbouwer Bruno Greindl beet zich vast in dit probleem op het einde van de jaren ’90, toen de graanprijzen instortten als gevolg van de import uit Oost-Europa. Dat was het moment van de waarheid voor hem: “ik besefte dat, als ik mijn boerderij wou redden, ik moest proberen om toegevoegde waarde te creëren. Graan telen alleen was niet meer voldoende, ik moet het omzetten in een eindproduct.” In 2000 richt Bruno Greindl samen met Hermann Primez de coöperatie Agribio op met als doel een lokale voedingsketen te creëren en te beheren van a tot z. “Ik wou dat mijn boerderij een beetje leek op het principe van de Romeinse villa”, zegt Bruno Greindl: “met afgelegen en volledig autonome boerderijen in het bos.” Vanuit die redering beginnen de twee coöperatieleden met het aankopen van materiaal om zelf graan te sorteren en reinigen om het vervolgens te verkopen. In het kielzog van die ervaring die in hun ogen overtuigend maar onvoldoende is, besluiten ze om spelt te pellen en hun eigen meel te maken. Ten slotte begint Agribio zelf brood te bakken en dit te verspreiden in zijn eigen commerciële circuit. “Door de hele keten te beheersen, kunnen we eventuele prijsschommelingen opvangen: wanneer de prijs van het graan instort, verdient de boerderij minder maar de coöperatie meer en soms is het omgekeerd.”

Wanneer we hem vragen met welke hindernissen hij op die alternatieve weg werd geconfronteerd, kan Bruno Greindl die niet precies aanwijzen. “In het begin hebben we wat zoekend te werk moeten gaan, omdat er zo veel te doen was: we waren, bijvoorbeeld, geen molenaars en hebben veel moeten leren. Maar er is niets aartsmoeilijks aan, en in feite hebben we niets uitgevonden: vroeger gingen de boeren naar de markt met paard en kar en verkochten ze alles zelf.” Door bio, sociale reïntegratie en lokale producten te combineren, werd de coöperatie in 2015 bekroond met de Grote Prijs voor Toekomstige Generaties. De coöperatieleden van Agribio hebben dit succes verdiend door te bewijzen dat het mogelijk is om met lokale ingrediënten en arbeidskrachten kwaliteit te produceren, en tegelijkertijd winstgevend te zijn. “Toen we ons meel lieten testen op een universiteit, kregen we te horen dat het geen meel van bakkwaliteit was, terwijl we ons brood hadden meegenomen! In een industrieel proces zou dit meel inderdaad niet geschikt zijn, maar op onze schaal wel! Het is ook zo dat alle granen die we gebruiken om brood te maken in het traditionele circuit als voedergranen zouden worden beschouwd.

In 2009 werd de coöperatie versterkt met een verkoper, Christopher Portier, en begon ze te groeien. Vandaag stelt Agribio 15 mensen te werk en levert het aan 80 winkels. “We hebben een synergie tot stand gebracht met het bedrijf Färm: wanneer ze een biologische winkel openen, installeren wij er een bakkerij. Ons bedrijfsmodel is uniek: in plaats van in een industriezone één groot bedrijf te bouwen, hebben we gekozen voor verschillende kleine winkels omdat we daardoor veel dichter bij de klant staan. De mensen kunnen ook langskomen om te kijken wat we doen: we stellen onze deuren voor hen open om te laten zien dat we niets te verbergen hebben, en dat werkt! We zijn geen activisten, maar we willen overtuigen door het goede voorbeeld te geven.”

© Foto's: Collectif Huma

© Teksten: Isabelle Masson

Naam van de burger: Bruno Greindl

Catégorie: De volledige verbal

Partagez: