Schone technologieën voor een gezonde economie

In 1984 staan de industrie en het milieu nog los van elkaar. Maar een conferentie georganiseerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zet aan tot nadenken over de perspectieven die “schone technologieën” kunnen bieden voor de economie.

Raymond Van Ermen, toenmalig secretaris-generaal van Inter-Environnement Wallonie, voert aan dat dit Wallonië, dat op dat moment met een economische achteruitgang wordt geconfronteerd, kan helpen om zich te herstellen. “Met het einde van de kolen- en de staalindustrie in de industriële bekkens van Luik en Charleroi, kwam de regio uit een welvarend industrieel tijdperk. Een verandering van programma drong zich op. Er moest op drie terreinen worden ingezet: de vernieuwing van de steden, de plattelandsontwikkeling, meer bepaald via de regionale natuurparken, en een industriële revolutie met het verbeteren van het energieverbruik van gebouwen, hernieuwbare energiebronnen en schone technologieën.”

In 1985 beslist de federatie IEW om het ijs te breken: in samenwerking met het Waalse ministerie van nieuwe technologieën en de Union wallonne des entreprises (UWE) organiseert ze een onderzoek naar de penetratiegraad van schone technologieën in de Waalse industrie. De conclusies van dit belangrijke werk worden voorgesteld op een colloquium, georganiseerd in het voorjaar van 1986, dat wordt geopend door de Minister-President van het Waalse Gewest Melchior Wathelet (vader). De conclusies worden door de voorzitters van de IEW en UWE voorgesteld aan Koning Boudewijn. Die Europese première wordt gevolgd door een reeks bijeenkomsten binnen de verschillende industriële sectoren van de regio. Bedrijven als Wiggins Teape (papierfabriek van Virginal), Cockerill Sambre, Kemira (productie van meststoffen te Tertre), Montefina (chemisch complex gevestigd te Feluy), Spa Monopole, FN te Herstal en Glaverbel openen hun deuren en gunnen ons een glimp van de vele toepassingen van de relatie economie-milieu in Wallonië, vertrekkend vanuit hun eigen ervaring. “De omschakeling van de zeer vervuilende industriële installaties die het einde van hun levenscyclus naderen beloofde lang en pijnlijk te worden. We moesten mensen ervan overtuigen dat het noodzakelijk en goed was voor de regionale economie.”

Dit werk van lange adem is nog niet af, maar tal van ontwikkelingen steunen deze baanbrekende inspanningen. Het McKinsey-rapport wees op het effect van de positieve economie op de regionale economische groei. Het Waalse Gewest is lid geworden van de Ellen MC Arthur Foundation voor de circulaire economie. Van 2010 tot 2014 heeft het Marshallplan 2.Groen bijna 3 miljard euro geïnvesteerd in het werk van alle spelers van het economische, academische en overheidsmilieu om gunstige voorwaarden te creëren voor een sociaaleconomische en duurzame welvaart. “Vandaag steunen de feiten het leidmotief dat we al jaren verdedigen: er is geen sterke economie zonder een sterk milieubeleid. Internationaal zien we een echte “kanteling” en grote industriële groepen en kmo’s ondersteunen een “groene groei”, terwijl financiële instellingen en verzekeraars nieuwe praktijken aannemen, maar er is nog heel wat werk: net als andere Europese regio’s moet Wallonië een regionaal plan met verschillende spelers opstellen voor een overgang naar een nieuw energiesysteem en een circulaire economie.”

© Foto's: Collectif Huma

© Teksten: Isabelle Masson

Naam van de burger: Raymond Van Ermen

Catégorie: De volledige verbal

Partagez: