Naar gebieden met positieve energie

In 1994 is België een barre woestijn op het gebied van hernieuwbare energiebronnen. Verschillende verenigingen, waaronder de IEW, besluiten daarom de Association pour la Promotion des Energies Renouvelables (APERe) op te richten. De APERe zet zich in voor de harmonieuze ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen in combinatie met een rationeel energiegebruik. De uitdagingen van de vereniging zijn in de loop der jaren veranderd: “Aanvankelijk moesten we bewijzen dat er alternatieven bestonden”, zegt Michel Huart, secretaris-generaal. “De energieproductie was gecentraliseerd, zonder de brandstoffen die tot dan werden gebruikt, zoals olie, kolen of kernenergie, in vraag te stellen. De burgers en bedrijven waren louter consumenten. Ons doel was in de eerste plaats die kwesties naar voren te schuiven in het maatschappelijk debat. ”

In het begin van de jaren 2000 stort de APERe zich op een ander project: “We moesten aantonen dat systemen op zonne-, wind- en waterkrachtenergie en biomassasystemen echt werkten. We moesten succesvolle innovaties bekend maken en concrete informatie geven aan personen die tot actie wilden overgaan.” Het was ook in die periode dat de APERe zich inzette om hernieuwbare energie winstgevend te maken. “Omdat de energiemarkt geen rekening houdt met de milieukosten of met de sociale voordelen die de productieactitiviteiten kunnen veroorzaken, wordt hernieuwbare energie benadeeld ten opzichte van conventionele, gecentraliseerde, vervuilende en gevaarlijke energiebronnen. Er moest een goed evenwicht worden gevonden. Zo heeft Wallonië bijvoorbeeld groene certificaten ingevoerd om bedrijven, maar ook burgers, aan te moedigen projecten uit te voeren. “De Walen hebben daarop enorm veel fotovoltaïsche panelen geïnstalleerd, de installateurs kregen steeds meer ervaring en de prijzen daalden. Op zich was dit een zeer goede zaak, maar een aanpassing van de ondersteuningsmechanismen drong zich op.”

Los van de polemieken die op die veranderingen volgden, is het opmerkelijk dat er in Wallonië op 5 jaar tijd 120.000 fotovoltaïsche installaties werden geïnstaleerd. Windmolens doen hun intrede in 1998 om te komen tot meer dan 300 masten in 2015. Op tien jaar tijd is het aandeel van hernieuwbare energie in het Waalse elektriciteitsverbruik gestegen van 2% naar 15%. In termen van brandstofverbruik, krijgt de vervanging van fossiele brandstoffen concreet vorm met het verschijnen van een Waalse biobrandstoffenproductie en de ontwikkeling van biogas en duurzame verwarmingstoestellen: houtkachels, zonneboilers en warmtepompen.

De ontwikkeling van hernieuwbare energie is ingezet en de uitdaging bestaat erin de energiemix op het grondgebied voort te zetten, met een doelstelling van 100%. “Er is nog steeds terughoudendheid, vooral tegenover windenergie: hoewel de opbrengsten ervan worden gemeten op regionaal niveau, wordt de impact ervan lokaal in het landschap gemeten en niet meer in het buitenland, zoals dat het geval was voor 85% van onze energie. Maar we moeten beseffen dat dit niet in verhouding staat tot de oliebronnen of de koolfabrieken.” Hernieuwbare energie is ook een kans voor de lokale economie en de burgers. Zelf de energie produceren die men nodig heeft, en “consom’acteur” worden, maakt je trots en vermindert de zucht naar verafgelegen hulpbronnen! Dat is de reden waarom we vandaag de oprichting van gebieden met positieve energie ondersteunen.”

© Foto's: Collectif Huma

© Teksten: Isabelle Masson

Naam van de burger: Michel Huart

Catégorie: De volledige verbal

Partagez: