De neus van de burger

In 2007 zijn de bewoners van de industriezones van Moeskroen het beu om te klagen over de geurhinder zonder te worden gehoord. De textielfabrieken die ooit de welvaart van de stad uitmaakten werden vervangen door nieuwe bedrijven: de productie van chips en gezouten vlees, diepgevroren groenten, slachthuizen, de productie van lijnolie, oplosmiddelen en andere chemische stoffen… Al die activiteiten zorgen voor een rijk palet aan geuren. En doordat die fabrieken in de dichte stadsstructuur genesteld zijn, klagen de bewoners regelmatig over stankhinder. Maar hun perceptie van geuren wordt dan telkens gebagatelliseerd, want ze zou niet objectief zijn. De lokale vereniging Eco-Vie beslist daarop om naar een oplossing te zoeken. “Ons maatschappelijk doel sinds 1978 is de bescherming van het milieu en het behoud van de levenskwaliteit. Nu is de levenskwaliteit van de bewoners van de zones erg verbeterd,” zegt Sylvia Vannesche, secretaris van de vereniging. “Geen barbecue of tuinfeest kunnen plannen in de zomer, niet kunnen genieten van de tuin, geen raam kunnen openzetten, -noch overdag, noch ‘s nachts-, om niet wakker te worden van de stank of moeten vaststellen dat de stank het huis is binnengedrongen: dat was vroeger het leven van de bewoners!”

Eco-Vie grijpt de kans die Inter-Environnement Wallonie hen bood om deel te nemen aan een cursus over olfactometrie. De vereniging leert er dat het mogelijk is om geuren te objectiveren, en beslist om gebruik te maken van de methodes die al in het buitenland en rond bepaalde sites in Wallonië worden toegepast door het Laboratorium voor Milieubewaking van de Universiteit van Luik en zijn spin-off Odometric. Met de steun van IEW richt ze vervolgens het eerste burgernetwerk van “geurwachters” op. “We hebben aan de bewoners gevraagd om deel te nemen aan het werk, want om geuren te objectiveren, moeten er duizenden gegevens worden verzameld! Het was een hele uitdaging: om nuttige, d.w.z. statisch bruikbare, gegevens te produceren, volstaat het niet om de intensiteit van de geuren te beschrijven. Ook de periode waarin de bewoners eraan worden blootgesteld moet gekend zijn, en met welk percentage van de tijd dit op een volledig jaar overeenkomt. “Een vijftigtal vrijwilligers hebben zich ertoe verbonden om uiterst nauwkeurig, en indien mogelijk minstens twee maal per dag, te noteren welke geuren ze in de buurt van hun woning waarnamen. Ze moesten de aard van de geur preciseren en de intensiteit ervan, en die informatie vermelden in een tabel met data en tijdstippen. Na het eerste jaar kon het bedrijf Odometric een eerste analyse van de gegevens uitvoeren, en “geurrozen” installeren die, rekening houdend met de weergegevens, zoals de snelheid en de richting van de wind, naar de bron van de geur zouden leiden. De geurwachters van Moeskroen zijn gedurende vele jaren gegevens blijven verzamelen om de resultaten te valideren en verfijnen, maar hun werk werd vanaf het begin een goed uitgangspunt voor de discussie met de autoriteiten. “Er kwam een dialoog tot stand met de milieupolitie en met de gemeentelijke overheden. Aan een aantal bedrijven werden technische verbeteringen voorgesteld. Ze werden niet allemaal uitgevoerd omdat er grote investeringen voor nodig waren, maar onze ervaring heeft andere burgers geïnspireerd en blijft dat doen!  “

© Foto's: Collectif Huma

© Teksten: Isabelle Masson

Naam van de burger: Sylvia Vannesche

Catégorie: De volledige verbal

Partagez: